You are here: Interviews Rita Urlaub

In gesprek met ... Rita Urlaub (Nausikaa's)

Bestemming Zeeland. Toch zal ik het interview dit keer niet in het Nederlands maar in het Duits voeren. Ik ben onderweg naar Rita Urlaub. Haar Nausikaa-kennel bestaat volgend jaar 25 jaar. In de afgelopen 25 jaar fokte zij ‘slechts’ 26 nesten, waaruit 26 kampioenen voortkwamen! De Nausikaa’s zijn nog in meerdere Hollandse foklijnen terug te vinden. Ik heb afgesproken met Walter en Rita in hun vakantiehuis in Zeeland, waar ze graag langere tijd per jaar verblijven. Als ik uit de auto stap, vullen mijn longen zich met de frisse zeelucht. Bij het strandhuis wordt ik begroet door Rita, haar man Walter en hun vier Afghaanse Windhonden.

Rita met Verbandssieger 2004 Nausikaa's Yucatan

Vitasyl, Zindehsjah & Xibulu

Rita, jullie verhuizing en de geruchten dat je gestopt bent met fokken: Betekent dit een nieuwe fase in jullie leven?
Zeker is dat een nieuwe fase in ons leven. Dat heeft natuurlijk met het fokken te maken, dat we niet meer willen fokken, maar natuurlijk ook privé. Ik laat nog een optie open, niets is definitief. Maar je moet het zo zien dat het natuurlijk een lange intensieve tijd is geweest het actieve fokken. Eigenlijk kan je niet zeggen dat we helemaal niet meer fokken, maar zeker niet meer zo actief als het geweest is.

Zullen we samen 30 jaar terug gaan in de tijd. Het N-nest von Katwiga wordt geboren. Hoe kwam je ertoe uit dit nest een teef te nemen?
Als eerste beviel Jolita van de Oranje Manege me zeer goed, maar ook de reu Haboob von Katwiga. Het was voor mij een soort droomverbinding. Eerst was de bedoeling dat we een reu zouden nemen, maar toen hebben we toch besloten een teef te nemen. We hebben haar zelf uitgezocht. Nee eigenlijk moet ik zeggen dat Nausikaa ons heeft uitgezocht. Jolita, de moeder, was een compacte teef met zeer mooie donkere driehoekige ogen en ze was donkerrood. Donkerrood met een heel mooi masker. Een hele temperamentvolle teef. Zij was in type gelijk aan Hagia de zus van Haboob. Haboob was een grote en sterke reu. Haboob fascineerde mij door zijn gangwerk en zijn houding. Het gangwerk was destijds uniek. Het hoofd was zwaar, maar dat paste goed bij de grote reu die hij was. Het totaalbeeld was mooi. Tegenwoordig zie je het niet meer dat een reu zo dominant de ring in komt alsof hij wil zeggen: "Hier ben ik". Hij had veel charme, het was een koning.

Later kwam de Black and Tan teef Vikara von Katwiga erbij. Wat kan je over haar vertellen?
Vikara hebben we ons ook bewust uitgezocht. Er zaten twee honden in het nest , allebei Black and Tan. Een reu en een teef. De moeder Hagia von Katwiga leek zo op Jolita in type: een donkerrode kleine teef, snel en succesvol op de renbaan. De vader was Ophir von Katwiga. Ze was samen met Nausikaa succesvol op de renbaan. Vikara liet zich ook goed voorbrengen en presenteren in de ring. Ik was er ook altijd trots op dat ik zowel Nausikaa als Vikara in de gebruikshondenklasse kon uitbrengen. Vikara haalde ook vanuit de gebruikshondenklasse de Bundessiegertitel

Dacht je er op dat moment al aan, dat je misschien zelf zou gaan fokken?
Nee toen nog niet. Dat kwam pas toen onze twee teven zo succesvol waren. We dachten erover en hebben toen de daad bij het woord gevoegd. Ons doel was dat de honden eerst kampioen moesten worden en pas dan zouden we met hun fokken.

Vitasyl & Xibulu

Voor de eerste drie nesten gebruikte je Zaid von Katwiga. Wat was daar de reden van?
Eigenlijk wilde we voor Vikara een andere reu nemen, maar dat lukte niet. Toen zijn we weer bij Zaid terechtgekomen, omdat de pups uit het eerste nest met Nausikaa ons zo goed waren bevallen. Bij het derde nest, weer met Nausikaa, wilde ik ook eigenlijk wat anders doen. Maar ook toen zijn we weer bij Zaid uitgekomen en uiteindelijk ben ik ook blij dat het zo gelopen is. Het heeft me een goede en sterke basis gegeven. Zaid von Katwiga was een solide reu. Hij heeft me een krachtige basis gegeven voor mijn foklijn.

Ayscha en Achill uit het eerste nest en Baghira uit het tweede nest hadden veel succes. In hoeverre voldeden ze aan jouw Zuchtziel?
Ze waren heel verschillend. Ayscha was meer een elegante verschijning en Baghira een compacte. Desondanks voldeden ze beide aan mijn verwachtingen. Zelfs toen kon je de verwantschap al herkennen in de eerste drie nesten. Je zag het familietype al. Op dat moment had ik ook alleen maar rode honden ook van Vikara.

In hoeverre werd je bij de eerste nesten door Erika Rödde, de fokster van de beide moederhonden, geholpen?
Ik heb mij natuurlijk met haar beraden als beginneling en zij heeft mij gesteund. Zij heeft mij toendertijd ook aangeraden Zaid voor Nausikaa te nemen. Alle kleinigheden en raaffinesses moet elke fokker zelf leren. Je kan veel vertellen, maar je moet toch veel zelf uitproberen.

Nausikaa's Landishu

Vikara stond in het bezit van je man Walter, welke invloed had hij op jouw fokken?
Ik heb me altijd met hem beraden. De ideeen kwamen van mij en hij heeft altijd zijn mening daarover gegeven. We hebben ook eigenlijk nooit tegenstrijdige meningen gehad.

Bij de eerste zes nesten was je volledig op von Katwiga geconcentreerd, dan bij het zevende nest gebruik je Dagan Pachacumac voor Ayscha. Hoe kwam je tot deze beslissing?
Ik wilde na deze gezonde basis ook vreemd bloed infokken, maar in ieder geval wel met lijnaansluiting. Zogenaamde lijnfok en geen outcross. Ik wilde de lijn behouden, maar er moest wel vers bloed in zitten. Dagan heeft me geintrigeerd en ook nakomelingen zoals Rupmati en Rashidi. Zijn totaalbeeld beviel me. Hij was mooi kort in rug en compact. Hij had een zeer mooi hoofd en uitdrukking. Met Ayscha moest dat een ideale verbinding zijn. Het is ook een succesvolle verbinding geweest met drie kampioenen. De Pachacumac invloed zie je nu nog steeds terug. Ayscha was een temperamentvolle teef en dat paste goed bij Dagan. Het was Ayscha's tweede nest. Ook het nest met Kyros von Katwiga was een mooi nest.

Baghira was een zeer succesvolle teef op zowel tentoonstellingen als voor de fok. Voor haar nam je Hedon el Kharaman. Wat was daar de reden van?
Hedon el Kharaman beviel me heel goed. Hij belichaamde voor mij het oude type. Hij had alles voor mij optimaal. Fantastische body, goede schouder en mooie hoeking in de achterhand. Zijn totaalbeeld was ook heel mooi. Hij had een hele mooie typische uitdrukking en mooie vorm ogen. Zijn gangwerk was ook heel goed. Ik zag hem eens buiten het tentoonstellingsterrein lopen en toen maakte hij al indruk op mij. De kinderen hadden ook veel eigenschappen van Hedon. Een andere reden waarom ik Hedon heb genomen is omdat de moeder Glenda el Kharaman me ook zo goed beviel en haar zoon Hapax. Dat is voor mij een versterking dat niet alleen één hond in een nest goed is.

Ayscha en Baghira waren niet in je eigen bezit. Vond je het niet moeilijk verwachtingsvolle jonge honden af te geven? En gaf het later geen problemen ze in te zetten voor de fok?
Nee, daar heb ik eigenlijk nooit geen problemen mee gehad. Eigenlijk hebben we altijd de beste honden afgegeven. Maar we hebben ze wel geplaatst waar ze voor de tentoonstelling, maar vooral in het algemeen goed verzorgd werden, zodat ze wel op tentoonstellingen te zien waren. Ik heb goede honden eigenlijk nooit ondergebracht bij mensen die ik later niet op shows terugzag. Ook bij Ayscha en Baghira wist ik zeker dat ze in goede handen waren bij de desbetreffende eigenaren. Ik was wel mede-eigenaar. Ik heb ook altijd contact gehouden met de eigenaars en vele daarvan, zelfs al vanaf het eerste nest, behoren nog steeds tot onze vrienden. Ik ben ook van mening dat het leuker is om met meerdere van een hond te genieten als alleen. Ik heb vele honden ook zelf vaak voorgebracht en dan had ik er toch ook weer lol mee samen met de eigenaren.

Nausikaa's Laran

Om op het I-nest van Baghira en Hedon terug te komen. In dit nest zat Icalim. Met hem heb je, al op jonge leeftijd, 3 nesten gefokt, wat zich later liet aanzien zeer succesvol. Had je toen al zijn kwaliteiten herkent?
Ja, absoluut. Het was een optimale kruising Baghira en Hedon. De kwaliteiten van Icalim kon je al vroeg herkennen. Hij had een bijzondere manier van bewegen. Het was niet alleen het gangwerk, maar ook bijvoorbeeld zijn vacht. Het was geen grote hond, maar wel een echte reu. Van de reuen die ik tot dat moment gefokt had, is het mijn beste geweest.

Kan je de drie nesten beschrijven?
(K, L en M-nest) Het K-nest met Farida voldeed volledig aan mijn wensen. Dan het L-nest, dat was zo'n beetje de hoogste fase in mijn fok. Drie kampioenen zaten erin: Lyndi, Laran en Landishu, zeer succesvolle honden. Honden die buiten kampioenschappen ook nog andere titels haalden zoals Europasieger, UICL-sieger en Winner Amsterdam. De kleine Icalim met de grote Fee-Peri-Banu bracht me wat ik me ervan had voorgesteld. Het M-nest viel gelijk met het L-nest. De tentoonstellingsgeïnteresseerden waren meer gericht op het L-nest, ondanks dat het M-nest ook heel mooi was. Bijvoorbeeld Meshed heeft veel gewonnen in de jeugdklas, maar is geen kampioen geworden. Moranao is jammergenoeg op latere leeftijd bij mensen terechtgekomen die niet in tentoonstellingen geinteresseerd waren. Hij had kampioensaspiraties. De meest succesvolle is zonder twijfel Landishu geweest. Hij was ook succesvol in de fok. Op dit moment staat hij tweede na Kyros von Katwiga als grote verervers.

3 Generaties Nausikaa's Yucatan, Tiamora en Zaadi

Verder met Landishu. Zelf heb je hem 2 keer ingezet. In Europa heeft hij nakomelingen in veel bekende kennels. Zie je op dit moment in de ring zijn kwaliteiten nog terug?
Jazeker. Zelfs bij de kleinkinderen zie je Landishu's kwaliteiten nog terug. Hij had een eigen uitstraling, die hij aan zijn kinderen heeft doorgegeven. Zijn beweging zie je ook nu nog terug. Een mooie, grote reu fokken is al moeilijk, maar als hij zich dan ook nog mooi beweegt, waarbij alles klopt.

Hoe en wanneer ben je ertoe gekomen zelf keurmeester te worden?
Ik was toentertijd een van de jongste keurmeesters in het Duitse keurmeestersgremium. Ik bedacht me toen, je hebt zoveel ervaring verzameld. Je weet veel van het ras en van het fokken. Je kent vanaf het begin elke fase: Hoe ze groot worden, hoe ze veranderen. Toen kwam de gedachte dat ik dat verder wilde geven en dat ik de opleiding wilde doen. Eerst doe je in Duitsland een theoretisch gedeelte. Je krijgt een thema voorgelegd dat je moet uitwerken. Daarna krijg je een vragenlijst die schriftelijk beantwoord moet worden. En dat alles speciaal over het ras. Daarna nog een mondelinge test die over de algemene kynologie gaat en over het VDH (Verein Deutsches Hundewesen). Mijn keurmeestervader was Karl Heinz Nothas, als ik vragen had kon ik altijd bij hem terecht. Na het theoretische gedeelte volgde het praktische gedeelte. Vijf rechten op het keurmeesterschap bij vijf verschillende keurmeesters in mijn geval: Karl Heinz Nause, Friedl Frankenberger, Wilfriede Schwerm Hahne, Ilse Schultze en Ursula Schulze.

Wat voor ervaring is het keuren voor jou?
Het keuren is iedere keer weer een uitdaging om jezelf te testen. Mooie honden te herkennen, vooral honden die je daarvoor nog nooit gezien hebt. Je moet natuurlijk zorgvuldig te werk gaan. Je draagt als keurmeester de verantwoording dat honden die jij als uitmuntend beoordeelt voor de fok ingezet kunnen worden. Dat moet je altijd voor ogen houden. Het zijn fokshows en je draagt een hond voor, voor de fok. Het is een ervaring en een persoonlijke verrijking en natuurlijk een grote verantwoording ten opzichte van het ras.

Welke kenmerken van het ras vind je zelf heel belangrijk?
Ik kijk als eerste naar het totaalbeeld, dat vind ik heel belangrijk. Dat is voor mij het gangwerk, de bouw, een trotse houding, het karakter. Dat is allemaal al een goed totaalbeeld. Verder moet je in kleinigheden vervallen. Het is niet zo dat ik bijvoorbeeld perse een krul in de staart wil zien, maar als het me in het totaalbeeld stoort is dat maatgevend. Ik accepteer verschillende varianten. Absoluut het elegante type, maar ook aan de andere kant het compacte type. Het is niet zo dat ik een bepaalde variant voortrek, maar het komt toch weer op het totaalbeeld van de hond aan. Ik heb een grote tolerantie.

Wat is de grootste fout die een Afghaan kan hebben?
Als een hond een slecht karakter toont. Het karakter van een Afghaanse Windhond vind ik zeer belangrijk. Ik hou van de oorspronkelijke Afghaan, die temperament toont. Ook het trotse van het ras moet nog naar voren komen. Als een hond trots is, heeft hij ook de mooie houding die erbij hoort. Een goede lichaamsbouw en dan kan je er bijna vanuit gaan dat de hond een solide gangwerk heeft.

Zijn er fouten die zich tegenwoordig vaker in de ring tonen? En wat vind je van gebitsproblemen?
Ja in aktie een korte tred of weinig uitgrijpend gangwerk. Niet alleen de slepende achterhand die veel beschreven wordt, maar ook kort uitgrijpen in de voorhand. Een gangwerk dat niet harmonisch is. Ik kan beter een hond accepteren die harmonie in zijn gangwerk toont dan een hond die een enorme stuwing in de achterhand heeft en dat met zijn voorhand niet kan omzetten. Disharmonie stel ik vaker vast. In het gangwerk kan je fouten herkennen. Gebitsfouten zijn niet zo sterk vertegenwoordigd. Naar de shows komen toch 90% of meer honden met een correct gebit. Dan praat ik natuurlijk over de Afghaanse Windhonden. In mijn eigen foklijn heeft het ook bijna geen rol gespeeld. Van mijn honden had ruim 90% een volledig gebit. Ik heb natuurlijk ook gebitsproblemen gehad. Dat komt overal voor en dat krijg je er ook nooit helemaal uit. Hetzelfde met balproblemen. Tandstand en balproblemen kan je altijd tegenkomen. Bij het keuren is het voor mij hetzelfde als een staart zonder krul. Wij in Duitsland, als keurmeester, letten er goed op. Maar als er een buitenlandse keurmeester komt, wordt er meestal alleen op een goed sluitend gebit gelet. Ik vind het wel belangrijk voor de fok dat er met honden wordt gefokt met volledige gebitten. Maar het is iets wat je nooit helemaal uit kunt sluiten.

Ch. Nausikaa's Yamuna NHSB 2474893 - born on the 27th January 1998 - Breeder and Co-owner: Mrs. Rita Urlaub - German Champion for Beauty and Performance German Champion DWZRV, VDH Champion and EJS 1999

Wat is naar jouw mening de invloed van keurmeesters op het fokken?
Zoals ik al eerder zei: Je hebt als keurmeester een verantwoording voor het ras, omdat je honden aanbeveelt voor de fok. Doordat je hoog waardeert of een titel geeft.

Heeft de kwaliteit van de Afghaanse Windhond in het algemeen zich in de afgelopen 25 jaar positief of negatief veranderd? Kun je een paar veranderingen noemen en wat vind je ervan?
De breedte is enorm groot en goed. De basis als geheel is goed. Er zijn altijd een paar honden van hoge klasse, maar dat was vroeger al. Maar bij het keuren, merk ik dat er veel uitmuntende honden zijn, absoluut. Wat er verandert is, is misschien de invloed internationaal. Of dat nu bijvoorbeeld de invloed is van internet weet ik niet, maar de invloed internationaal is in opkomst. Vroeger ging je voor een dekreu bijvoorbeeld naar Nederland, maar tegenwoordig gaan ze verder weg. Of dat allemaal beter is moet de toekomst nog gaan uitwijzen.

De volgende vraag wordt gesteld door Ria en Kelly de Meijer met wie ik het vorige interview had: De Amerikanen beinvloeden de fok van Afghaanse Windhonden in Europa. Zelf heb je Buena Vista Khabardar voor de fok gebruikt. Vind je dat je met hem erin geslaagd bent de Afghaan te behouden zoals je hem zelf graag ziet? Welke invloed had hij op je eigen type? En heeft hij aan je verwachtingen voldaan?
Die Amerikaans reu heeft me totaal verrukt in zijn gehele aard en wijze. Zijn beweging blijft altijd in mijn gedachten. Een unieke beweging, maar in de fok gezien, heeft de verbinding met mijn foklijn niets gebracht. Er zijn geen slechte honden uitgekomen, maar het heeft niet gebracht wat ik graag wilde zien. Ook niet in de volgende generatie. Zo'n hond zou me iedere keer weer verrukken en kan bij mij ook altijd een tentoonstelling winnen.

Voor de laatste outcross gebruikte je Uday Gandamak voor Tiamora. Wat zijn je verwachtingen en hoe toont zicht dat tot nu toe?
De uitgangspositie was hetzelfde als met de Amerikaan. Vreemd bloed infokken. De Deense invloed heeft zich goed verhouden met onze bloedlijn. De kinderen voldoen aan mijn verwachtingen. Zowel de eerste als de tweede generatie. Van Uday ken ik ook de moeder Korzika Gandamak, een zeer mooie compacte teef, die ik op 10 jarige leeftijd nog mocht keuren. Ze had nog een uitstekende conditie en constitutie. Zij was de laatste aanleiding de reu te nemen.

Met het laatste nest heb je weer volledig op je eigen bloedlijn terug gefokt. Ben je tot dusver tevreden met het Z-nest?
De laatste generatie ontwikkeld zich, zoals ik hem graag zie. Zeer gelijkmatig. Vreemd bloed inkruisen vind ik belangrijk voor het ras, daarom heb ik deze experimenten gedaan. Met de Deense bloedlijn heeft dat goed gefunctioneerd. Van dit laatste nest had ik hoge verwachtingen.

Is je fokdoel in de afgelopen 25 jaar veranderd?
Nee, absoluut niet. Het is zo gebleven als het was. Vanaf het begin heb ik een bepaalde voorstelling hoe een Afghaanse Windhond eruit moet zien: karaker, temperament, gangwerk, totaalverschijning, substantie. Alles moet heel goed samenpassen. Onafhankelijk van zijn kleur.

Rita met Verbandsjugendsieger Nausikaa's Zoë

Welke honden uit je eigen fok hebben de meeste indruk op je gemaakt?
Ik kan niet perse zeggen wie me het meest heeft aangesproken. Ik kan ook verrukt zijn van honden, die nooit op tentoonstellingen zijn geweest. Het is me gelukt een familietype fokken en daar zijn vele mooie honden uitgekomen. Een foklijn is niet een bepaalde hond, maar het totaal.

En welke honden uit andere fok?
Van alle reuen die ik voor de fok heb ingezet, was ik verrukt. Natuurlijk ook de Amerikaanse reu, daarvan ben ik ook nu nog verrukt. Haboob en Hedon zouden ook hedentendage nog bij mij kunnen winnen. Honden die mij vroeger gefascineerd hebben, fascineren me nu nog. Bij de teven bijvoorbeeld Hagia von Katwiga en Glenda el Kharaman.

Hoe zie je de toekomst met de honden?
Daarvan ben ik heel zeker. Zonder windhonden wil ik mijn leven niet leven. We zullen altijd windhonden om ons heen hebben. Of dat altijd Afghaanse Windhonden zullen zijn, kan ik niet zeggen. Op dit moment ben ik zeer gelukkig met mijn vier Afghanen. De toekomst staat nog open.

Dank je wel Rita voor dit gesprek … RMO