In gesprek met...Jan Jacob (El Jafistan)
Voor mijn tweede gesprek reisde ik af naar België. Ik had een afspraak met Jan Jacob. Bekend als fokker, keurmeester, exposant en eigenaar van de Afghanenkennel 'El Jafistan'. Vijfentwintig jaar geleden kwam hij in het bezit van zijn eerste Afghaan. Tot heden fokte hij 13 nesten en haalde zijn Afghanen 54 titels. Ik werd gastvrij ontvangen door de familie Jacob in het plaatsje Affligem. Met medehuisgenoot de Whippet naast mij op de bank, begon ik het gesprek.
Jan Jacob met zijn honden
Hanefa en Heruin el Jafistan.
Hoe is je interesse voor Afghaanse Windhonden ontstaan?
Mijn ouders hadden Duitse Herders. Ikzelf heb ook als eerste een Duitse Herder gekocht toen ik alleen ben gaan wonen. Waar mijn vrouw werkte hadden ze een Afghaanse Windhond en daar was ik meteen weg van. De manier waarop die liep en zich gedroeg, het was een heel andere hond dan die ik gewend was. Toen las ik een kleine advertentie in de krant 'Afghaanse Windhond te koop''. Ik ben daar naar toe gereden. De man vertelde me dat er een nest was. Hij riep de moeder van het nest, Saloech, bij zich. Saloech liep vrij rond in de heide, dus geen afgebakende kennel, gewoon vrij. De teef kwam aanlopen met al de pups er achteraan. Er waren black and tans bij en rode. Ik heb daar toen een rode Afghaan genomen. Ik vond dat mooi met dat zwarte masker. Hij was in het begin heel anders van karakter dan de Duitse Herder. Ik ben toen met beide honden hier in het veld gaan lopen en heb toen opgemerkt dat die Afghaan elke keer verder en verder ging lopen. Op een dag was ik met mijn dochtertje in de buggy aan het wandelen en de Afghaan had in de verte wat gezien en ging er naartoe. De Herder er achteraan. Ik riep en de Herder kwam terug. De Afghaan luisterde niet. Een uur nadien heb ik hem pas terug gevonden. Toen ben ik pas meer gaan informeren naar het karakter, hoe en wat van de Afghaan.
In 1976 kwam er een teef bij. Zlavia de Pandjah. Hoe kwam je bij haar terecht?
Ik wilde er een tweede hond bij kopen. De bekendste kennel in België was 'de Pandjah' van mevrouw Fossé. Bij haar hebben we de teef Zlavia de Pandjah gekocht. Maar eerst had ik nog een brief naar mevrouw Grevelt geschreven. Ik wilde eigenlijk van haar een hond kopen. De brief, die dateert van 1976, heb ik nog altijd in mijn bezit. Het is uiteindelijk Zlavia de Pandjah geworden. Misschien spijtig achteraf, anders had ik gelijk de bloedlijn gehad die ik nu na jaren via een omweg heb verkregen.
Met Zlavia fokte je je eerste nest. Wat was de reden om zelf te gaan fokken? En hoe kwam je tot je eerste combinatie?
Als reu voor het eerste nest wilde ik Clairvilles Bacchus van Münstermann nemen. Zlavia werd dus gedekt maar bleef leeg. Het jaar daarna heb ik een nest gefokt met Ubrandy de Pandjah van mevrouw Fossé. Het eerste nest was zonder kennelnaam en een zuiver Engels nest. Het was toen nog niet de bedoeling om verder te gaan met fokken.
Said, Sharid en Soraya el Jafistan
In Oktober 1978 fokte je nog een nest met Zlavia. Hoe is dit tweede nest tot stand gekomen?
Het jaar nadien ben ik teruggegaan naar Münstermann, maar Clairvilles Bacchus wilde niet dekken. De 18e waren we nog altijd bij Münstermann thuis en de reu had nog niet gedekt. Toen zei Münstermann: 'Neem dan die rode teef mee die ik hier heb zitten'. Dat was een dochter van Zaid von Katwiga en Bakara en hij noemde haar Femona. Het toeval wil dat we na jaren een broer daarvan gekocht hebben, Femo d'el Macao, dat was mijn tweede mogelijkheid om eerder op de goede bloedlijn te komen. Maar op dat moment wilde ik die rode teef niet meenemen. Die vond ik zo anders als de honden die ik had van mijn eerste nest. Zij was zo druk en mijn honden waren zo rustig. Op de terugweg naar huis had ik het idee dat de teef nog steeds dekrijp was. We zijn toen langs mevrouw Fossé gegaan en die had toen een zoon zitten van Akaba's Blue Ambassador, van de familie Grevelt, Markhor du Lob Nor. Een hond die geboren was uit een Deense teef. Deze reu dekte toen Zlavia en zij kreeg 10 zwarte pups.
Hoe is de naam 'El Jafistan' ontstaan?
Die is eigenlijk niet zo ver gezocht. Heel eenvoudig een combinatie van Jan en Afghanistan.
Je eerste leuke successen behaalde je toen je voor je derde nest Zaid von Katwiga gebruikte.
Dat klopt, dat was met een dochter van Markhor, uit het tweede nest, Camira en Zaid. De bekendste is Ephyr el Jafistan, de latere stammoeder van de 'El Chamyr' -kennel van de familie Detaellenaere. We hadden zelf Ehran gehouden. Met haar fokte ik later nog een nest met de reu Ezhar von Katwiga.
Met Zaid von Katwiga stapte je eigenlijk over op een ander type. Welke reden had je hiervoor?
Op de Bundessieger kwam ik mevrouw Rödde tegen met haar honden. Ik vond die honden zo schitterend! Toen ben ik bij haar op bezoek gegaan. Dat zag er zo fantastisch uit, als je al die kampioenen daar zag: Ophir, Zaid, de jonge Jonathan en Sushita. Toen had ik het droombeeld om dat ooit later zelf te fokken. Ik had zoiets nog nooit eerder gezien, vandaar dat ik misschien met het andere type ben begonnen.
Je eerste echte kampioen was Femo d'el Macao. Hoe kwam hij in jouw bezit?
We hadden door de dekking nog contact met Münstermann. Die belde me op en vertelde me dat hij een hond had die al verkocht geweest was, vier jaar oud en in het bezit van een CAC en CACIB. Een hele mooie hond was het. Hij wist dat we op het Oranje Manege-type uitgeweest waren. De vorige eigenaren hadden geen tijd meer om shows te doen. Hij stelde me voor deze hond te kopen.
De datum 3 augustus 1983 moet een belangrijke in je fok zijn?
Dat klopt; toen is Hanefa geboren, de dochter van Ursa von Katwiga en Kyros von Katwiga. Ik had Erika Rödde al twee jaar gevraagd om een puppy. Ik zei: 'Ik wil geen puppy om een puppy te hebben, maar ik wil een excellente puppy'. Ze zei: 'Ik ben natuurlijk geen helderziende, maar als je tijd hebt om te wachten'. Ik heb twee jaar op die pup moeten wachten. Op een dag kreeg ik een telefoontje 'Ik heb misschien een puppy voor je'. We zijn dus gaan kijken, maar ik vond het moeilijk te kiezen. Het is toen Ursa geworden. En zij bracht me eindelijk het type Afghaan wat ik altijd gewild heb. Want behalve Hanefa waren ook Hanfa, Heruin en Hakim mooie honden, die veel titels hebben gehaald.
Met Hanefa en Nausikaa's Landishu fokte je wederom een topnest. Hoe kwam je tot deze combinatie?
Ik had Nausikaa's Landishu gezien op de Bundessieger in de jeugdklasse en vond gelijk dat hij de moest zijn die ik voor Hanefa wilde gebruiken. Ik vond dat door het karakter, het formaat en de uitstraling. Dit nest leverde me vijf honden op waarvan er later drie kampioen geworden zijn: Nycasis, Nouchka en Nevada.
Je hebt voor je nesten reuen gebruikt die zeer tot de verbeelding spreken zoals bv. Zaid von Katwiga, Kyros von Katwiga en Nausikaa's Landishu. Wat waren hun sterke punten en wat trok je in hun aan?
Uitstraling en gangwerk. Vooral Kyros. Vanaf het begin dat ik die hond zag, vond ik hem schitterend. Hij had de beweging en vooral ook de houding! Hij heeft dat ook achteraf goed op zijn kinderen en kleinkinderen overgebracht. Landishu is natuurlijk een kleinzoon van Kyros en ik zag in hem een tikkeltje terug van wat in Kyros zat.
Later fokte Erika Rödde een nest met Hanefa en Merlin von Katwiga. Had je niet liever zelf een nest met Hanefa gefokt?
Ik fok eigenlijk louter als ik zelf iets wil, niet om te verkopen. Het is voor mij eigenlijk een pure liefhebberij. Op dat moment had ik Nycasis en Nevada zitten en die waren nog zeer jong dus ik dacht waarom zou ik zelf nu een nest fokken.
De volgende nesten fokte je met de reu Merlin von Katwiga en de zusjes Nouchka en Nevada el Jafistan. Wat waren de verschillen in deze nesten?
Het waren totaal verschillende nesten, ook qua karakter. Het nest met Noucka was een heel druk nest, terwijl het nest van Nevada een heel rustig nest was. De moeders daarentegen waren niet zo verschillend van elkaar wat betreft karakter. Deze nesten zijn overigens wel op twee verschillende plaatsen grootgebracht.
In deze tijd ben je zelf begonnen met keuren. Wat heeft je bewogen zelf keurmeester te worden?
Je denkt misschien, als je zelf tentoonstelt, dat het niet allemaal ideaal is. En misschien ga je het keuren zelf beter doen. En ook omdat, via mijn beroep, leraar kunstonderwijs, ben je er zelf mee bezig kritiek te geven op dingen die andere mensen maken. Dus het lag misschien een klein beetje voor de hand om ook honden te gaan beoordelen. Ik moet wel zeggen dat ik het keuren niet altijd makkelijk vind, in die zin: je kent de mensen waar je samen mee optrekt en je kunt er uiteindelijk maar een gelukkig maken.
Hoe wordt je keurmeester in België?
Bij ons moet je tien maal ringcommissaris geweest zijn. Dan moet je eerst voor het Algemeen Kynologisch examen slagen. Je moet ook 5 jaar fokken of met succes een hond hebben voorgebracht. Dan krijg je het praktische examen over het ras. Daarna moet je dan vijf honden beoordelen met drie verschillende keurmeesters.
Zoals we al eerder besproken hebben in dit interview, ben je op een gegeven moment overgestapt op het Oranje Manege type. Hoe sta je heden ten dage, als keurmeester, tegenover het andere type?
Ik ga niet uitsluiten dat ik bepaalde van die andere honden niet mooi kan vinden, maar dan moeten ze anatomisch goed zijn. Als ik een hond zie die het type, wat ik voor ogen heb, benadert, sluit ik niet uit dat die hond vooraan kan staan.
Wat vind je belangrijk bij een Afghaan?
Allereerst de totale verschijning. Het totaalbeeld moet waardig zijn. Hij moet een goede anatomie hebben waaruit ook een goed gangwerk komt. Ik denk dat een slecht opgebouwde Afghaan moeilijk goed kan lopen. Uiteindelijk vind ik het gangwerk heel belangrijk, de manier waarop hij zich beweegt en toont.
Denk je daar als fokker precies zo over?
Ja, ik denk wel dat dat in die lijn ligt. Ik let bij het uitzoeken van een reu toch altijd op honden die zich laten zien op shows. Ik kijk dan niet naar anatomie alleen.
Langs de ring hoor je nog wel eens zeggen dat jij je honden te snel voorbrengt. Heb je daar een reden voor?
Zijn de zenuwen denk ik. Ik ben nog altijd net zo zenuwachtig als toen ik 20 jaar geleden begon. Ik sta daar zelf niet zo bij stil.
Hoe vind je de ontwikkeling van de Afghaanse Windhond in de afgelopen 25 jaar?
Bij ons hier in België was het alles Engels wat de klok sloeg, vlakke gangwerken en heel veel vacht. Toen is ons type gekomen via wat wij deden met Zaid von Katwiga en Rita van Mechelen met Granja el Rachman en toen kwam er een omslag en toen waren dat de winnende honden hier en nu is het weer de andere kant op, het Amerikaans type. Vooral de NVOW is toch fantastisch bezig dat zij het Oranje Manege type blijven prefereren, hoe moeilijk het ook is.
Wat is je grootste of mooiste succes tot nu toe?
Het mooiste vond ik toen Hanefa de eerste keer Bundessieger werd onder Diotima Schäfer. De grootste vond ik de BIS-overwinning van Nycasis op de clubmatch van de NVOW.
Welke reu en welke teef zou je als mooiste willen bestempelen?
Als reu noem ik Kyros von Katwiga, daar heb ik altijd veel voor gevoeld. Op foto's zou ik zeggen Glenda el Kharaman de mooiste teef, maar omdat ik die niet persoonlijk gekend heb, noem ik toch maar Hanefa mijn mooiste.
Op Internet vinden we een homepage met als titel: 'The Belgian homepage of the Afghan Hound'. Hoe is dit idee ontstaan? Vind je internet als medium belangrijk voor het ras?
Mensen die honden van ons hebben, zijn dit opgestart. Het is de bedoeling dat ze zoveel mogelijk van het Oranje Manege type algemeen op Internet zetten van over de hele wereld. Het is wel belangrijk om wereldwijd een beetje een discussie op gang te brengen.
Veel mensen kennen je via de NVOW-Clubmatch, niet alleen als keurmeester/exposant maar ook als maker van de mooie hondenbeeldjes van oosterse windhonden. Is dit een hobby van je of is dit je beroep?
Keramiek is uiteraard een beroep van mij. Ik ben al 25 jaar lesgever aan de Academie voor Schone Kunsten in Zottegem. Op een show heb ik i.p.v. een beker een keer een Afghanenbeeldje gemaakt en intussen is dit een gebruik geworden. Ik apprecieer het zeer dat de NVOW dat doet.
Dank je wel Jan voor dit gesprek … RMO




