In gesprek met...Hemmechien Grevelt (El Kharaman)
Op een mooie zomerse junidag rij ik richting Noord Holland voor mijn eerste interview in een reeks. Petten is mijn doel. Meneer en mevrouw Grevelt wonen daar nu al weer enige jaren, temidden van de duinen. Bijna 40 jaar houdt mevrouw Grevelt zich nu bezig met de Afghaanse Windhond. Onder toeziend oog van Eta Pauptit werden de eerste nesten gefokt en ontstond de naam 'El Kharaman'. Uit het eerste nest kwam Topper die heden ten dage nog steeds in Australische lijnen terug te vinden is. Bijna 33 jaar later zijn de El Kharaman-honden in bijna alle belangrijke lijnen in Europa en zelfs ver daarbuiten terug te vinden. Twee jaar geleden ontving mevrouw Grevelt de Zilveren Speld van de NVOW en kortgeleden de Gouden Erespeld van de Raad van Beheer. Reden genoeg om mevrouw Grevelt als eerste te bezoeken en in een ontspannen sfeer een gesprek met haar te hebben.
Hemmechien en Hetty Grevelt
Hoe heeft u het ontvangen van deze ereprijzen ervaren?
Geweldig, de erkenning die de Raad van Beheer hiermee geeft, betekend voor mij een grote voldoening na zoveel jaren Afghanen fokken.
Heeft u jeugd, opgegroeid op de boerderij, invloed gehad op het houden van honden?
Ja, ik ben altijd al geïnteresseerd geweest in honden. Heb ook altijd honden om mij heen gehad bij mijn ouders thuis, maar het houden van een Afghaanse Windhond was op de boerderij natuurlijk niet mogelijk, ook niet in te denken.
Hoe kwam u bij de Afghaan terecht?
Toen ik dertien was, ging ik naar een andere school in Alkmaar en zag ik elke dag om 4 uur als ik naar huis ging, een vrouw met een mooie hond, een Afghaan (maar dat wist ik toen nog niet) in de bus stappen. Later heb ik een boek gekocht om op te zoeken welk ras het was. Zo’n hond wilde ik ook wist ik toen ook al.
Welke was uw eerste Afghaan?
In 1961, wij waren inmiddels getrouwd en Hetty en Edwin waren geboren, kreeg ik voor mijn moederdag van mijn man Pamina van huize Jenny.
Hoe leerde u Eta Pauptit kennen?
In 1962 ging ik voor het eerst naar de Winner-tentoonstelling in Amsterdam om eens te zien hoe het er daar aan toe zou gaan. Ik kwam in een grote hal en zag daar een mevrouw, niet wetende dat dat juffrouw Pauptit was met een meneer erbij (Hans v.d. Spek) die honden voorbrachten. Ze was zo druk bezig. Ik heb toen een visitekaartje meegenomen, die lagen op een hok. Na een tijdje ben ik weer naar huis gegaan en bewaarde het visitekaartje bij belangrijke papieren van ons. Twee jaar later wilde ik graag een nestje fokken en toen kwam het visitekaartje weer voor de dag. Mijn man heeft toen juffrouw Pauptit opgebeld en wij mochten langskomen. Juffrouw Pauptit vond mijn hond niet geschikt om mee te fokken. Bij haar heb ik toen een pup gekocht Peggy van de Oranje Manege.
Wat was het eerste nest, wat u heeft gefokt?
In april 1966 werden uit de combinatie Bhakkar’s Dudel x Peggy van de Oranje Manege vijf pups geboren, te weten de reuen Topper en Rexim en de teven Conchitana, Amber en Afghani.
Hoe is de kennelnaam ontstaan?
Ik had eigenlijk al een kennelnaam in gedachten. ‘Quo Vadis’ maar juffrouw Pauptit wilde eerst dat ik twee nesten fokte om te laten zien of ik wel zou doorgaan met het fokken van Afghanen. Ik fokte toen een tweede nest uit Valmiki van de Oranje Manege met Topper, de reu uit mijn eerste nest. Eta vond dat ik het goed deed. We gingen op een zaterdag naar Epe, naar juffrouw Pauptit en toen vertelde zij mij dat ze een kennelnaam voor me had bedacht. ‘El Kharaman’, wat zoveel betekent als de overwinnaar, in één of ander spel waarbij de spelers, gezeten op paarden, om een prooi vechten.
De grote bloei van de kennel kwam door het nest uit de combinatie Caplan x Karla van de Oranje Manege?
Ja, dat klopt. Uit Peggy van de Oranje Manege fokte ik een ander type, omdat Peggy afstammeling was uit Afghanistan. Het nest was niet zo gelijk qua type. Daarna heb ik een nest gefokt met Valmiki van de Oranje Manege en daar zat ook dat andere uit Afghanistan weer in. Toen heb ik van juffrouw Pauptit Karla van de Oranje Manege gekocht. Daar fokte ik een nestje mee en ik zag dat na de twee nesten die ik eerst gefokt had, wat ik daarna uit Karla fokte veel mooier was. Je zag het aan de bewegingen en het nest was zo gelijk.
Heeft u er nooit aan gedacht dezelfde combinatie nog eens over te doen?
Nee, er waren nog zoveel andere mogelijkheden.
Valmiki, Katta, Karla en Rosita allen van de Oranje Manege, stonden als stammoeder aan de basis van de El Kharaman-lijn. Wat waren hun sterke punten?
Het K-nest van de Oranje Manege was natuurlijk één van de top nesten van Eta met: Karla, Katta, Koem en Kelim. De vader was Xingu van de Oranje Manege, die was ook zo mooi, niet groot maar een echte reu. Hij was het ook die ik de eerste keer zag op de ‘Winner’. Rosita gaf hele goede renhonden. Ze heeft ook vele goede renhonden bij anderen gebracht. De combinatie Rosita x Gaucho el Kharaman combineerde schoonheid en prestatie. Pamor el Kharaman uit die combinatie is bijvoorbeeld UICL-kampioen voor Schönheit und Rennleistung geworden; een titel die maar door weinig Afghanen behaald is.
Later kwam daar bijvoorbeeld nog een Nausikaa’s Harissa bij die ook nog steeds terug te vinden is in uw lijn, wat kunt u over haar zeggen?
Harissa zag ik voor het eerst bij Rita Urlaub in Essen. Rita had twee nesten liggen met in totaal 14 puppies. Harissa viel op omdat ze heel beweeglijk was tussen al die andere pups. Het lopen van haar was zo mooi. Ik vroeg Rita of ze die pup zelf hield. Toen ze nee zei, heb ik samen met mijn man besloten dat we haar wilden nemen. Daar had Rita helemaal geen bezwaar tegen. Je moet weten dat de dag voordien Hetty naar Curaçao was vertrokken om daar te gaan wonen dus het was best wel een emotioneel moment voor mij. Nausikaa’s Harissa zit nog steeds in mijn huidige lijn via Nadir el Kharaman en de jongste Vena el Kharaman.
Wat geldt in dit opzicht voor bijvoorbeeld Gaucho el Kharaman en Hedon el Kharaman, wat waren hun sterke punten?
Die waren zo ontzettend mooi, daar zaten geen fouten aan. Zo zie ik graag een Afghaan; mooie grote honden met schitterende vachten. Maar ook Hapax el Kharaman mag je beslist niet vergeten. Hapax heeft heel goed vererfd. Hapax had een schitterend gangwerk.
Wat ziet u nog terug van deze honden in bijvoorbeeld de laatste drie nesten?
Daar zie ik weer helemaal hetzelfde in terug. Dat wordt me de laatste tijd ook steeds meer gezegd, ook door keurmeesters. Er wordt gezegd je hebt weer van die ouderwetse honden.
Wat was uw mooiste overwinning, dus niet uw grootste?
De Best-in-Show overwinning van Nadir el Kharaman op de kampioenschapsclubmatch van de NVOW in 1996.
Hoe is ‘Bas’ Akaba’s Blue Ambassador bij u in de kennel gekomen en Oranje Drambuie?
Juffrouw Pauptit belde me op een middag op. Zij had twee honden uit Amerika laten komen: een blonde teef en Bas. Bas wilde ze aan een ander verkopen, maar dat wilde ik niet. Ik wilde wel allebei de honden. Akaba’s Cream Oranje Doll, zoals de teef heette, is een keer gedekt door Bas. Daar kwam niet het type honden uit dat op dat moment aanvaardbaar was in Nederland. Met Katta, één van mijn beste teven op dat moment, en Bas probeerde ik een heel goede hond te fokken met dan ook nog een goed karakter. Aan de karakters van de honden van juffrouw Pauptit hoefde ik nooit te twijfelen. Het heeft altijd veel voor mij betekend honden met zo’n sterk karakter te hebben: nooit bijten, nooit nerveus. En daar twijfelde ik aan toen Bas bij me kwam. Maar hij bracht me met Katta toch een nest van honden met een goed karakter, het T-nest, onder andere Tadzjik en Tiamora, allebei met een blauwe kleur. Oranje Drambuie was gefokt door Lila Staffordson en die is door Eta Pauptit hier naartoe gehaald. Drambuie was een heel interessante hond, niet zo Amerikaans, een grote zwarte reu. Er zat ook Oranje Manege bloed in.
Had u bepaalde verwachtingen van deze twee reuen?
Nee hoor, ik vond het heel leuk om Bas te hebben. Bas was uiterlijk meer naar mijn type dan Oranje Drambuie. Bas had een schitterend hoofd, een mooie lange nek en een hele mooie rug. Ik wilde uit hem een type krijgen, dat ik zelf had, maar dan in een blauwe kleur. Alleen heb ik daar misschien niet genoeg aan gedaan om in allebei de lijnen evenveel energie te steken. Vroeger had ik meer bewust naar een mooie blauwe teef moeten zoeken, niet alleen mooi qua type maar ook qua karakter. Maar zover is het nooit gekomen. Misschien komt het er nog wel van met Quoron (Yuy el Kharaman x Fanyen el Kharaman).
Yuy en Quoron zitten aan het eind van deze andere El Kharaman-lijn. Voldeden zij aan deze verwachtingen?
Met Quoron heb ik een hond gekregen met een goed karakter, iets wat ik heel belangrijk vond en vind, want het is toch een dier gelijk een mens waar je dan heel rustig mee kunt leven. Quoron zie ik als iets extra’s om bij me te hebben. De andere honden mogen dan mee en hij houdt ze allemaal bij elkaar. Ik heb veel plezier van hem.
Heeft u deze twee lijnen bewust apart gehouden?
Ja, naar mijn gevoel heb ik het heel voorzichtig gedaan.
Hoe komt u tot een combinatie?
Daar denk ik heel lang over na. Dat zit soms al twee, drie jaar in mijn hoofd. Door een beeld van een hond die ik zie op een tentoonstelling en dat gaat dus niet meer uit mijn hoofd. Na een paar jaar denk ik dat zal misschien wel een goede combinatie zijn. Dan weet ik vaak wel de afstamming of het moet iets nieuws zijn, dan weet ik het niet. Als het een beetje de oude afstammingen zijn dan denk ik dat zit goed en dan probeer ik het.
Hoe bepaalt u voor uzelf een nestkeuze?
Ik blijf dan heel veel naar de puppies kijken. Als ze buiten spelen of als ze binnen bij me lopen kijk ik heel goed naar de bewegingen. Ook naar het gezicht, dat is heel belangrijk voor me. Als Eta vroeger bij een nest kwam kijken had ik heel vaak al dezelfde pup gekozen. We zaten heel erg op dezelfde lijn.
Mensen besluiten bij u een pup aan te schaffen. Hoe gaat u daarbij te werk?
Mensen bellen bijvoorbeeld wel eens op of ze een hondje bij me kunnen kopen, maar dan vraag ik altijd of ze langs kunnen komen, want via de telefoon verkoop ik geen pup. En dan kijk ik of het klikt samen. Ik kijk of het karakter een beetje past bij de nieuwe eigenaar.
Wat vindt u belangrijk bij een Afghaan?
Gangwerk en de hele uitstraling; karakter hoef ik verder niet meer op te letten want dat zit gewoon goed.
Waar gaat u voorkeur naar uit, een reu of een teef?
Vroeger naar een reu. Ik was een echte reuen-vrouw. Nu naar een teef, omdat een teef kleiner is en minder sterk, dat is eigenlijk door de leeftijd ontstaan.
U komt veel op tentoonstellingen en dan zit u aan de ring. Wat vindt u positief en wat vindt u negatief?
Weinig eenheid in type zie je tegenwoordig nog in de ring. Vroeger zag je hetzelfde type Afghaan in de ring staan. Nu zie je grote, kleine Afghanen, korte halzen, lange halzen. Echt iets positiefs zie ik niet. En dan praat ik alleen over Nederland, want in het buitenland kom ik de laatste tijd niet zoveel meer.
Welke invloed hebben keurmeesters op fokkers?
Ik denk dat het voor een keurmeester niet eenvoudig is om in deze tijd te keuren, want er is zo weinig eenheid in type zodat er maar weinig een goede lijn zien. Er zijn natuurlijk keurmeesters die op verkeerde dingen letten of er zijn nog maar weinig keurmeesters die ons type keuren.
Heeft u het keurmeesterschap zelf geambieerd?
Ja, dat had ik best gewild. Het is misschien wel jammer dat ik me daar nooit voor heb ingezet.
Vindt u de NVOW belangrijk voor de Afghaanse Windhond? En op welke punten?
De NVOW is heel zinvol. Het samen zijn, het is heel belangrijk dat de windhonden samen komen.
Ongetwijfeld hebben alle honden een plaatsje in uw hart, maar welke hond heeft nu net dat speciale plaatsje veroverd?
Dat vind ik heel moeilijk, iedere hond heeft iets specifieks.
Hoe ziet u de toekomst van El Kharaman?
Ik heb het geluk dat mijn kinderen zo blij met mijn honden zijn, heel geinteresseerd. Ik hoop dat Edwin en Hetty er net zo van genieten als ik dat doe.
Dank u wel mevrouw Grevelt voor dit gesprek … RMO





